Johan Derksen kan best aardig zijn

Eind jaren zestig kwam ik bij de krant. Op een oude Remington – kan ook een Olympia zijn geweest – ramde ik mijn bijdragen in elkaar. Vanaf mijn buitenpost, Drachten, moest ik de kopij met een speciale brief naar de redactie aan de Voorstreek versturen.   Ik moest die brief afgeven aan de buschauffeur, die hem vervolgens in een bakje aan het NS station in Leeuwarden liet glijden. Een bakje voor de Leeuwarder Courant en eentje voor het Friesch  Dagblad, de keren dat er iets mis ging…..legio. Je kon de schuld wel bij de buschauffeur leggen, maar je moest het probleem meestal zelf oplossen. 

Op een van de sporadische ochtenden dat ik in Leeuwarden op de krant begon, kreeg ik te horen, dat er een busbrief niet was aangekomen, zou nog wel ergens op het station liggen. Ik moest hem maar even ophalen. Het regende, de wegen waren nogal glad. Op het Zuiderplein, vlak achter Us Mem en dus voor het gebouw van het Fries Rundvee Stamboek, ging het mis. Ik remde net te laat en tikte tegen de achterkant van een FIAT 127 aan, stopte om de zaak in ogenschouw te nemen en af te wikkelen. Wie stapte uit die FIAT? Juist ja, Johan Derksen. De meedogenloze linksback van Cambuur, die in zijn loopbaan in dienst bij een andere club Johan Vlietstra twee keer uit het veld had geschopt en Sietze Visser – later ook in dienst van de Leeuwarder Courant – eveneens het einde van een wedstrijd niet had laten meemaken, die Derksen liep op mij toe, gaf mij een hand en zei: ‘Het had mij ook kunnen overkomen.’ Ik haalde opgelucht adem. Aardige jongen, dacht ik toen.

Dat beeld, die mening heb ik rond de jaarwisseling een ietsje bijgesteld. Toen las ik in Elsevier een interview met hem. Zelfverzekerd, graag bereid de kussens op te schudden en ook nu weer goed voor een paar Spaanse pepers. Over voetballers: ‘Ze maken wel geluid maar zeggen niks’, en over journalisten: ‘Do-re-mi-fa-sol, alweer een blaadje vol.’ Dan, denk ik, kun je beter door eigen schuld een aanrijding met hem hebben. Het zal mijn vriend niet worden, maar hij kan best aardig zijn.

Willem Stegenga